Home

 

Mail T (0299) 783 400

Beperkingen bij jonge kinderen in het verkeer
Meer video's
Sponsor Sponsor

SBZW Nieuwsarchief

Koos van Riezen (l) en Nico Beugeling

Interview met onderwijsinspecteur Koos van Riezen

Weegt de Inspectie van het Onderwijs bij een beoordeling mee of een school op een Handelingsgerichte of Opbrengstgerichte manier werkt?

Voor de Inspectie van het Onderwijs maakt het eigenlijk niet uit of scholen Handelingsgericht of Opbrengstgericht werken.
Het gaat er om dat scholen en leerkrachten inzicht hebben in de onderwijsbehoeften van de leerlingen.
Dus zorg voor een goede analyse, stel concrete doelen en zorg voor duidelijke stappen waarmee je die doelen wilt bereiken.
Het komt er op neer dat je laat zien wat je gaat doen.

Is de balans zoek?  Wordt er niet te veel aandacht geschonken aan de opbrengsten ?
Wat is er mis aan goede opbrengsten? Iedere leerkracht wil toch uit een leerling halen wat er in zit?
Het gaat trouwens niet alleen om cognitieve opbrengsten, maar ook om opbrengsten met betrekking tot de sociale competenties van leerlingen.
Ook hier geldt weer: wat heeft onze leerlingpopulatie nodig? Voorwaarde is dat een school een beredeneerd onderwijsaanbod heeft opgesteld op basis van die onderwijsbehoeften. Ook al gaat dat eventueel ten koste van creatieve vakken. Uiteindelijk is een breed onderwijsaanbod natuurlijk wel van belang.

Veel scholen in onze regio werken opbrengstgericht.  Hoe schat de Onderwijsinspectie de kwaliteit op die scholen in? Wat gaat er al goed en waar zal de komende tijd meer aandacht aan besteedt dienen te worden ?
De verschillen tussen de scholen zijn groot. Heel interessant is dat scholen,  die OGW al hebben geïmplementeerd, merken dat het goed werkt.
Een verbeterpunt is het analyseren van resultaten.  Hoe komt het dat het niet of wel gelukt is om het doel te bereiken? Neem voldoende tijd voor die analyse. Belemmerende factoren van een leerling kan bijvoorbeeld een oorzaak zijn van het niet behalen van doelen. Hoe handelt de leerkracht dan tijdens de voortgang?
Daarnaast is het geven van een ortho-didactische instructie een verbeterpunt. Dit is niet hetzelfde als het herhalen van dezelfde instructie. Gebruik hierbij concrete materialen en visuele ondersteuning.. Bijzonder verschijnsel is dat de Onderwijsinspectie constateert dat bij het invoeren van het digibord, leerkrachten het bord juist minder gebruiken om de instructie visueel te ondersteunen.
Zorg voor een goede gedifferentieerde instructie.  Dat werkt preventief.

Scholen werken veel met groepsplannen. Betekent dit nu dat het individuele handelingsplan is verdwenen ?
Het maakt de Onderwijsinspectie niet uit of de handelingsplanning van leerlingen ( D-E of IV- V) op een individueel formulier staat of op een groeps(handelings)plan.
Als maar duidelijk  omschreven is waarom een individuele leerling op een bepaald vakgebied uitvalt, welke individuele doelen je wilt bereiken en hoe je dat gaat bereiken. Welk materiaal wil je inzetten en hoe en wanneer?
Als je daarvoor het principe van de convergente differentiatie gebruikt is dat prima.

In het veld merken wij dat vooral leerkrachten van de groepen 1-2 de meerwaarde niet zien van al dat plannen en administreren. Wat vind je daarvan ?
Het is een te kwetsbare situatie als je niets op papier zet. Stel dat de leerkracht ziek wordt of om een andere reden uitvalt. Zeker ook in situaties waar twee of soms drie leerkrachten voor één groep staan.
De huidige onderwijsproblematiek is te gecompliceerd om alles uit het hoofd te doen.
Als je zaken plant en op papier vastlegt, loop je bovendien minder het gevaar dat je aan het eind van de dag het gevoel hebt dat je te kort bent geschoten bij een aantal leerlingen.
Dus zorg ook in de kleutergroep dat de leerkracht  analyseert en dat hij op basis daarvan een  beredeneerd aanbod opstelt, passend bij de ontwikkelingsleeftijd van iedere leerling. Zorg ook dat wordt omschreven hoe het komt dat een leerling op een bepaald vakgebied uitvalt, welke individuele doelen je wilt bereiken, hoe je dat gaat bereiken en met welk materiaal, hoe en wanneer. Zorg voor een duidelijk dag/weekplanning met reflectie.

Leerkrachten vinden zich meer administrateur dan leerkracht. Zij zien de administratie als een last die  bovenop het “gewone werk “ drukt. Wat vind je van deze uitspraak?
Het ís ook veel werk maar het hoort bij het vak. Zorg er voor dat wat je registreert bijdraagt aan het beter afstemmen van het onderwijs en de planning daarvan in de praktijk.je momenten inplant  om aan de administratie te werken. En zorg er voor dat je geen dubbel werk verricht. Verwijs naar andere documenten daar waar dat mogelijk is.

Wij merken dat scholen het moeilijk vinden om de gehele leerling-groepsadministratie in te voeren in Parnassys, ESIS of Dotcom. Je ziet dat men veelal kiest voor de combinatie papier en elektronisch. Hoe staat de inspectie hier tegenover ? Is het bijvoorbeeld noodzakelijk dat  een school alles in een digitaal LVS heeft opgeslagen ?
Dat is niet nodig. Als je als leerkracht en/of IB’er  maar snel en duidelijk kunt laten zien wáár alles is vastgelegd. Het gaat erom dat het werkbaar is voor de leerkracht.

Scholen gebruiken verschillende formats voor het ontwikkelingsperspectief, het groepsplan, het weekrooster. Hoe weet men dat men de goede formats gebruikt ?
Het maakt de Onderwijsinspectie niet uit hoe het formulier of format er uit ziet. Het gaat immers om de inhoud.
De sociale competenties van de leerlingen liggen op een niveau dat mag worden verwacht. Hoe kan een school er voor zorgen dat zij weet of deze voldoet aan indicator 1.5? Kun je sociale competenties meten ?k
Daar zijn verschillende instrumenten voor beschikbaar. Van belang is dat ze zijn goedgekeurd door de Cotan. Dit is bijvoorbeeld het geval met Zien!, Viseon, SCOLL en de SVL (SAQI).

De school evalueert regelmatig het onderwijsleerproces. Indicator 9.3 wordt in het veld als een indicator ervaren waarbij het moeilijk is om een voldoende te scoren. Welke bewijzen dient een school te overleggen?
Dit is eigenlijk een heel belangrijke indicator. Het gaat hierbij om de kwaliteitszorg van de school. Hoe houd je je als school zelf scherp? Wat doe je aan zelfevaluatie, welk instrument wordt gebruikt? Heeft de zelfevaluatie van de school de gewenste kwaliteit en worden de resultaten ook geanalyseerd? Houdt deze informatie vervolgens ook tegen de andere informatie waar je als school over beschikt. Bijvoorbeeld de gegevens vanuit de klassenbezoeken.

Wat is de trend in het veld bij onderwijsontwikkeling? Gebeurt dit onder begeleiding van het bestuur of via het inhuren van adviesbureaus of regelen scholen dit meestal zelf?
Dit is een tijd van krimp, mede als gevolg van terugloop van leerlingenaantallen. Voor de begeleiding van met name zwakke en zeer zwakke scholen zien we vaak dat externe bureaus worden ingeschakeld.
Onderwijsadviesbureaus zijn vaak actief betrokken bij de ontwikkelingen rond Passend onderwijs en Hoogbegaafdheid. Zaken als kwaliteitszorg en methodekeuze worden steeds vaker binnen besturen via eigen zogenaamde plus-directeuren zelf opgepakt. Dit wordt ook vaak ingegeven vanuit de noodzaak van bezuinigen.

Noem eens 5 succesfactoren voor onderwijsontwikkeling.
Een goede schoolleider, goede leraren, de kwaliteitszorg moet up-to-date zijn, goede evaluatie op groepsniveau, bijvoorbeeld met betrekking tot de kwaliteit van de uitleg en een goede afstemming van onderwijsaanbod met betrekking tot tijd, didactiek en onderwijsbehoeften.

Heb je nog speciale tips voor SO en SBO scholen?
Blijf vooral dat doen waar je als school goed in bent en ga niet als gevolg van bezuinigingen opeens allerlei zaken erbij pakken. Werk als school vanuit een gemeende en gedeelde visie. Deze visie kan bijvoorbeeld middels een instrument met het gehele team geformuleerd worden.

Terug naar het Nieuwsarchief