Home

 

Mail T (0299) 783 400

Beperkingen bij jonge kinderen in het verkeer
Meer video's
Sponsor Sponsor

SBZW Nieuwsarchief

Criteria anti-pestprogramma's bekend

Scholen moeten een antipestprogramma hebben dat theoretisch goed is onderbouwd en empirisch adequaat is onderbouwd. Ook moet duidelijk zijn beschreven wat de randvoorwaarden zijn om het programma uit te voeren.

Dit zijn de drie hoofdcriteria voor anti-pestprogramma’s. Een commissie van onafhankelijke deskundigen stelde deze criteria op in opdracht van staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs).

Op 1 augustus 2015 treedt de anti-pestwet in werking. Dat betekent dat alle scholen in het funderend onderwijs vanaf dat moment een anti-pestmethode moeten gebruiken waarvan bewezen is dat deze werkt in de praktijk. Dat kan met hulp van de citeria worden getoetst.

Ook moeten scholen de sociale veiligheid monitoren en een vertrouwenspersoon annex pestcoördinator hebben. De Inspectie gaat erop toezien dat scholen de wet naleven. Het wetsvoorstel wordt naar verwachting halverwege 2014 bij de Tweede Kamer ingediend. De PO-Raad en VO-raad volgen de invulling van deze wet kritisch en willen ervoor zorgen dat scholen voldoende vrijheid behouden in de aanpak van pesten.

Onduidelijkheid

De wetgeving is het sluitstuk in het plan van aanpak tegen pesten dat staatssecretaris Dekker en Kinderombudsman Dullaert in maart 2013 presenteerden. Zij constateerden onder andere dat er een enorm aanbod is aan anti-pestprogramma’s, maar dat het voor scholen onduidelijk is wat wel en niet werkt. Onder leiding van het Nationaal Jeugdinstituut werd daarom een commissie van onafhankelijke deskundigen samengesteld die criteria heeft opgesteld waaraan anti-pestprogramma’s moeten voldoen en de programma’s ook op deze criteria gaat beoordelen.

Indienen

Aanbieders kunnen hun anti-pestmethode tot 17 januari 2014 indienen via de website van het NJI. In het voorjaar wordt bekend welke methoden het best zijn onderbouwd. De meest kansrijke methoden worden vervolgens in de praktijk op effectiviteit getest.

De VO-raad en PO-Raad vragen zich allereerst af of op basis van de hoofdcriteria wel een goed oordeel over de verschillende anti-pestaanpakken gegeven kan worden. Het roept het beeld op dat scholen straks alleen nog complete programma’s mogen gebruiken, die tevens empirisch adequaat onderbouwd zijn en daarvan zijn er maar een paar, zoals KiVa en Prima.

Er wordt wel gezegd dat de meest kansrijke methoden in de praktijk op effectiviteit getoetst worden, maar onduidelijk is of dat op gebeurt via empirisch onderzoek, zodat ook aan dat criterium voldaan kan worden. Als dit niet voor de andere methoden gebeurt, zou dat de keuzevrijheid van scholen voor een anti-pestaanpak enorm beperken.

Integrale aanpak

Bovendien zijn wij van mening dat de keuze voor een aanpak van pesten moet aansluiten bij het sociale veiligheidsbeleid van een school. Het moet gaan om een integrale aanpak van pesten. Dat komt onvoldoende in het criterium ‘randvoorwaarden’ naar voren. Veel scholen hebben geen behoefte aan een compleet programma, maar willen juist op basis van hun probleemanalyse weten welke interventies zij op verschillende niveaus (individuele leerling, klas en school) kunnen inzetten. Onduidelijk is of de beoordeling van de anti-pestmethoden hierin zal voorzien.

Het draagvlak voor het gebruik van een anti-pestaanpak in alle lagen van de school en direct betrokkenen daarbuiten (de schoolbrede aanpak) komt ons inziens onvoldoende terug in het criterium ‘randvoorwaarden’. Scholen zijn niet alleen verantwoordelijk voor de aanpak van pesten; daarvoor is ook samenwerking met ouders en andere instanties (sportclubs, jeugdhulp) nodig.

Scholing

Tenslotte constateren wij dat er onvoldoende aandacht is voor de professionalisering van docenten (in het gebruik van de anti-pestprogramma’s) als randvoorwaarde. Wel kondigde de staatssecretaris in een recente brief aan de Tweede Kamer aan dat het Centrum School en Veiligheid op dit moment op de lerarenopleidingen en in het bij- en nascholingsaanbod van leraren onderzoekt wat er aan scholing ontbreekt op het gebied van het voorkomen, signaleren en tegengaan van pesten. Op basis van die inventarisatie wordt de scholing aangepast, zodat leraren beter opgeleid worden om effectief met pesten om te kunnen gaan.

(Bron: PO Raad)

Voor informatie over anti-pestprogramma's kunt u contact opnemen met Martijn van Baarsen via 0299- 783 438 of m.vanbaarsen@sbzw.nl

Terug naar het Nieuwsarchief