Home

 

Mail T (0299) 783 400

Beperkingen bij jonge kinderen in het verkeer
Meer video's
Sponsor Sponsor

SBZW Nieuwsarchief

De twee meest gestelde vragen (en antwoorden) over de CITO tabellen van SBZW

In januari 2016 zijn de veel geraadpleegde CITO tabellen op de site van SBZW weer vernieuwd. In het nieuwe document zijn de vaardigheidsscores voor de groepen 5 van de derde generatie CITO toetsen toegevoegd. Vanuit het hele land worden de tabellen gebruikt en onze CITO-specialist Drs. Martin Ooijevaar krijgt regelmatig vragen over het gebruik van deze tabellen. Hieronder geeft hij een antwoord op twee van de meest gestelde vragen:

1.Waarom is de normering van de LVS-toetsen voor leerlingniveau en voor schoolniveau niet gelijk aan elkaar?

“De LVS-toetsen worden op twee niveaus genormeerd. Ten eerste is er een normering op leerlingniveau. Met behulp van deze normering kunnen de prestaties van een individuele leerling vergeleken worden met de prestaties van andere leerlingen in Nederland. Ten tweede is er een normering op schoolniveau. Met behulp van deze normering kunnen de prestaties van een school vergeleken worden met de prestaties van andere scholen in Nederland.

De grenzen voor de niveaus A-E of I-V in de twee normeringen zijn niet gelijk. Dat geldt zowel voor de afstanden tussen de niveaugrenzen als voor het ‘middelpunt’, ofwel de grens tussen niveau B en niveau C. Hier is een eenvoudige verklaring voor.

De afstanden tussen de niveaugrenzen zijn niet gelijk, omdat leerlingen meer van elkaar verschillen dan scholen. Op leerlingniveau zijn de verschillen groot, omdat we te maken hebben met zeer goede én zeer zwak presterende leerlingen. Op schoolniveau zijn de verschillen kleiner, omdat de prestaties van de goede en zwakkere leerlingen dan samengevoegd worden tot een gemiddelde. Afhankelijk van het aantal goede en zwakkere leerlingen in een leerjaar ligt het gemiddelde iets hoger of lager.” (bron: veelgestelde vragen van CITO)

2.Hoe kunnen we goede doelen stellen voor leerjaren van de toetsen waar geen ondergrens voor bekend is?

Het is belangrijk om te weten is dat de Onderwijsinspectie vanaf 1 februari scholen niet meer beoordeelt op de tussenresultaten. De inspectie blijft in het toezicht wel aandacht schenken aan hoe scholen de ontwikkeling van leerlingen volgen en de wijze waarop dit tot conclusies over het onderwijs leidt. De inspectie geeft aan dat het aan de school is om ambitieuze doelen voor de leerlingen te formuleren. Dit kan de school doen door hun schoolstandaarden te berekenen. In de Monitor Goed Onderwijs (www.monitorgoedonderwijs.nl) zit een tool om dit te doen. Op basis van historische toetsresultaten kan per toets en leerjaar worden bepaald wat een reële schoolstandaard is. Deze standaard kan dan worden gebruikt om nieuwe standaarden vast te stellen voor de komende jaren (ook op basis van de populatie en de ambities van de school). In onze tabellen geven wij suggesties voor normen; hierbij gaan wij per toets in principe uit van de laagste B-score voor scholen met < 15% gewogen leerlingen en de laagste III-score voor scholen met > 15% gewogen leerlingen.

Terug naar het Nieuwsarchief